|

Specifieke selectie
Bij de tentoonstelling Raw Footage / Scapegoats van Aernout Mik en ook te vinden op de site staat een tekst van Maria Hlavajova, artistiek directeur van BAK, en een gesprek tussen Aernout Mik en Danila Cahen, assistent-curator BAK. Ik heb beide werken gezien van Aernout Mik maar de teksten geven me nog meer inzicht in wat ik heb bekeken. Ik heb het boek van Joris Luyendijk gelezen, Het zijn net mensen, en ik wil Aernout mik en Joris Luyendijk naast elkaar leggen en met elkaar vergelijken omdat ik hier verbanden in heb opgemerkt.
In de inleidende tekst van Hlavajova wordt al iets genoemd wat ook een belangrijke rol speelt in het boek van Luyendijk. In Raw Footage gebruikt Aernout Mik voor het eerst bestaand documentair beeldmateriaal. Het is materiaal afkomstig van de recente oorlog in voormalig Joegoslavië; beelden die tien jaar geleden van ons televisiescherm verdwenen om ruimte te maken voor de verslaggeving van andere gewelddadige conflicten in de wereld. Dat de beelden van ons televisiescherm verdwijnen en ruimte maken voor ander materiaal verklaart Luyendijk:
Zo werd weer iets duidelijk over nieuws. Als iets afwijkt van het alledaagse en er circuleert controleerbare informatie, kan het ‘nieuws’ worden. Maar om nieuws te blijven moet een kwestie in beweging zijn.’we’re following this story closely’, zeggen ze bij CNN en zonder ontwikkelingen valt er niets te volgen. Daarom was de honger in Wau in Sudan geen story voor redacties: ‘hè nee, niet weer een uitzichtloos conflict.
In Hilversum vroeg ik eens een collega wat volgens hem nieuws was. Er volgde een wat gegeneerd gegrinnik: If it bleeds it leads. ‘We openen het liefst met aanslagen, kidnappings, moordpartijen en grote ongelukken want bloed houdt het publiek vast. Verder moet je het aantal doden altijd delen door het aantal kilometers vanaf Hilversum, zijn dode christenen meer nieuws dan dode niet-christenen, en zoals Amerikaanse collega’s rijmen: jews are news. Dus een aanslag in Jeruzalem kan de opening zijn en een bom in Algiers of Delhi haalt de uitzending niet’
Dat waren lekkere botte grapjes, dus die hielden we erin. Maar ze leken ook een functie te hebben, namelijk verhullen dat niemand precies kan vertellen waarom iets nieuws is. Je kan eisen opnoemen waaraan iets moet voldoen om nieuws te worden. Maar waarom het dan ook echt de journaals haalt...De enige zekerheid voor journalisten in het Westen is dat als iets heel belangrijk is, burgers er vroeg of laat van zich zullen laten horen.
Dat is het Westen, maar in dictaturen zijn mensen onderdanen, zijn protest en agendering onmogelijk, en zo blijft heel veel buiten beeld.
blz. 91 Het zijn net mensen
Luyendijk is in zijn boek op zoek naar hoe journalistiek werkt in en rond het Midden-Oosten en of er wel journalistiek kan zijn zoals hij denk dat het hoort, en wat hij denkt dat hoort blijkt in de realiteit heel anders te werken. Raw Footage zijn geen beelden van het Midden-Oosten maar uit Joegoslavië. In het gesprek met Danila Cahen zegt Mik hierover: Ik vond het belangrijk dat de beelden niet uit Afrika of het Midden-Oosten kwamen omdat deze te ver buiten ons geplaatst zou kunnen worden. Is er dan wel een relatie of verband te leggen in het werk van Aernout Mik en het boek van Joris Luyendijk, de onder titel is immers, beelden uit het Midden-Oosten. Als ik het goed heb opgezocht is Joegoslavië geen dictatuur en daar hangt Luyendijk veel van zijn verklaringen aan op, het feit dat veel landen in het Midden-Oosten een dictatuur hebben. Toch denk ik dat de landen veel overeenkomsten zullen hebben en vooral in het gedrag van de mensen tijdens een oorlogssituatie. Ik vraag me voor een deel ook af of het daadwerkelijk uit had gemaakt als het beelden uit het Midden-Oosten waren geweest, of we de beelden dan te ver buiten ons hadden geplaatst. Of dat aan de fysieke afstand ligt of dat Joegoslaven ook Europeanen zijn? Maar dat even terzijde.
Eigenlijk laat Aernout Mik beelden zien waar Luyendijk het is zijn boek steeds over heeft dat de media juist moet laten zien om een beter beeld te krijgen van het Midden-Oosten. Dat daardoor de werkelijkheid zoals die is dan wordt getoond aan de Westerse kijkers. Luyendijk heeft aan den lijve ondervonden dat er een ander beeld door de media naar buiten wordt gebracht en Mik had daar een vermoeden van en is daar naar opzoek gegaan ; Ik ben al langere tijd bezig met het feit dat de beelden die we in de media te zien krijgen van oorlogsgebieden slechts een specifieke selectie van het materiaal toont. Ik vermoedde dat er tevens materiaal zou zijn dat een heel ander deel van het verhaal zou vertellen. Ik was geïnteresseerd in de mogelijkheid een meer compleet beeld; niet zo zeer een realistischer of ‘werkelijker’ beeld, maar in ieder geval een beeld dat andere aspecten van crisissituatie zou belichten. Het werk gaat over de ervaring van de oorlog - over hoe mensen zich gedragen in extreme situaties en over hoe een noodtoestand kan aanvoelen als normaliteit - maar het gaat ook over media. Welke beelden verschijnen op ons televisiescherm? Hoe wordt de complexiteit van de werkelijkheid gecorrumpeerd in de media?
Verschillend perspectief
Hiermee geef ik tevens een verschil aan tussen Mik en Luyendijk. Luyendijk heeft het over de werkelijkheid en is juist op zoek naar hoe die werkelijke werkelijkheid in de media kan worden laten zien en de vraag waarom de media zoveel bezig is met manipulatie. Mik zegt in het voorgaande stukje juist dat hij niet zozeer opzoek is naar een realistischer beeld maar een meer completer beeld. Die andere benadering en benaming heeft na mijn idee te maken met de achtergrond / het perspectief van Aernout Mik en Joris Luyendijk. Luyendijk bekijkt het vooral van de kant van de journalistiek en Mik vanuit de beeldende kunst. Daar kan werkelijkheid natuurlijk een grote rol in spelen maar bij hem gaat het bij Raw Footage over de betekenis van de beelden en niet zozeer of ze waar zijn of niet. Over Scapegoats zegt hij dat het werk uiteindelijk gaat over hoe je beelden interpreteert, dat het geen wetenschappelijk experiment met mensen is. Luyendijk kijkt naar de sociologische waarde van de beelden. Maar tegelijkertijd is er ook een overlapping. Mik kijkt ook naar de gedragingen van de mensen en verwerkt dit in zijn werk. Luyendijk ziet de vorm van berichtgeving in de media als een obstakel en Mik gebruikt het als een gegeven.
Om verder te gaan met Mik’s idee om een meer completer beeld te geven zegt hij in het gesprek verderop: Ik probeer overigens met deze werken niet aan te tonen wat er echt in Joegoslavië is gebeurd. Het gaat mij er eerder om iets meer te begrijpen van de complexiteit van deze beelden van burgeroorlogconflicten. Door de contradicties in de beelden bloot te leggen, momenten te tonen die veel minder eenduidig zijn en verbanden te leggen tussen de twee, bied ik een situatie aan waarin een beschouwer actief moet zijn omdat hij het beeld moet proberen te ontleden, en misschien ook op zich zelf kan betrekken. Dat de beschouwer actief moet zijn omdat hij het beeld moet proberen te ontleden gebeurd niet bij de nieuwsbeelden die wij op de televisie zien, die zijn juist zo eenduidig mogelijk zodat iedereen het meteen zou kunnen begrijpen. En misschien doordat ze zo eenduidig zijn kan je er als kijker niet meer iets van jezelf in stoppen omdat het al zo typerend en terugkerend beeld is waar je mee wordt overstroomt. Dat kijkers hierdoor een soort van immuun voor zijn geworden. (verwijzing naar beeld is uit aantekeningen)
Permanente aanwezigheid van vervlechting van feit en fictie
Joris Luyendijk zegt in de inleiding van zijn boek : Ik bleek als correspondent verschillende verhalen te kunnen vertellen over dezelfde situatie. Media konden er daar maar een van brengen, en vaak was dit het verhaal dat het al bestaande beeld bevestigde. blz.16 Door het bestaande beeld te bevestigen bij de kijker maakt dit ze niet actief en Mik laat juist beelden zien die we niet kennen van de media en dat zorgt er voor dat we actiever worden als kijker. Over de soort beelden van de media zegt Hlavajova: Inmiddels hebben we allemaal onze eigen opvattingen over hoe een oorlog eruit ziet. Onze verbeelding - of liever gezegd de verbeelding van diegenen die het geluk hebben dat ze het bloedbad van een oorlogsstrijd nooit aan den lijve hebben hoeven ondervinden (dit om aan te geven vanuit welke positie het idee van oorlog in het werk benaderd wordt) - wordt gevoed door een constante stroom van reportages in de massamedia die spectaculaire beelden uitzenden van de gebeurtenissen aan het front. Dit is zoals de geschiedenis geschreven wordt: een aantal indrukwekkende ‘mijlpalen’ worden uit een eindeloze stroom van gebeurtenissen gelicht en gepresenteerd als de geaccepteerde waarheid.
Als ik bij mezelf naga dan klopt dit ook voor mij. Bij het begrip oorlog horen beelden van huilenden vrouwen en woedende mannen die vlaggen verbranden en op de straat lopen en leuzen schreeuwen. Daarom is het in eerste instantie ook zo bizar als je verhalen leest van Luyendijk dat mensen in een oorlogsgebied niet iets van zich laten horen omdat ze bang zijn dat als ze hun mening naar buiten brengen dit nadelige gevolgen zullen hebben. Ze leven in een dictatuur. Er staat geen actiegroep of belangenvereniging of ombudsman achter zich die hun rechten vertegenwoordigen. De beelden van de huilende vrouwen en woedende mannen zijn vaak in scène gezet of de mensen gaan zich zo gedragen omdat er een cameraploeg in de buurt is maar als de camera’s uit gaan dan verdwijnen vaak dit soort taferelen weer. Een inmiddels bekend voorbeeld is het omlaag halen van het standbeeld van Saddam Hussein in Bagdad. Een assistent kwam binnen, fluisterde de ambassadeur wat in zijn oor en zette CNN aan. We zagen hoe in Bagdad op het Fardoes-plein (Plein van het paradijs) het kolossale standbeeld van Saddam Hussein omver werd getrokken. Juichende Irakezen schreeuwden in de camera en sloegen met schoenen op het beeld.’Thank you mister Bush!’ De presentator sprak plechtig van een ‘historisch moment’ : de oorlog was ten einde. De nachtmerrie Saddam was achter de rug Bagdad viert de bevrijding . met die kop zouden de volgende dag ook Nederlandse kranten openen. De ambassadeur zapte naar de Arabische zender Al-Jazira. Die bracht ook het Fardoes-plein, alleen lag in hun montage het accent anders. We zagen op hetzelfde plein Amerikaanse soldaten een Amerikaanse vlag triomfantelijk over het beeld van Saddam gooien. Daarna zagen we koortsachtig overleg en Amerikaanse soldaten die dezelfde vlag weer zo snel mogelijk weghaalden. Vervolgens liet Al-Jazira de juichende Irakezen van CNN zien, maar alleen veraf gefilmd zodat duidelijk werd hoe weinig mensen eigenlijk op dat plein stonden, en dat de meeste van een afstandje toekeken.blz.13 Joris Luyendijk heeft voor het programma Wereldgasten van de VPRO een interview met Wadah Khanfar de directeur van Al-Jazira (het eiland). Het eerste fragment dat hij laat zien zijn de beelden van de BBC en daartegenover Al-Jazira over deze gebeurtenis. In die beelden wordt nog meer duidelijk dat deze gebeurtenis in scène is gezet en zie je heel goed het verschil tussen de twee tv-stations. Het verschil in hoe iets in beeld gebracht kan worden.
Mik weet die complexiteit van de media beelden in verband met zijn twee projecten heel goed te verworden: De documentaire beelden uit Joegoslavië die in Raw Footage zijn gebruikt, zijn direct aan de werkelijkheid ontleent, maar ze zijn geselecteerd en ‘gekaderd’ door de cameraman. Het kadreren van een beeld is veel meer op uitsluiting gebaseerd dan hoe je in het normale leven de werkelijkheid ervaart. Elke kadrering is fictie. Wat je ook vaak ziet bij opnames van oorlog is, dat menselijk gedrag verandert doordat er een camera in de buurt is. De aanwezigheid van de camera manipuleert de omgeving heel sterk. In het ruwe materiaal zie je soms letterlijk dat dingen geënsceneerd en herhaald worden voor de camera. De vervlechting tussen documentair en fictief is dus permanent aanwezig. Zo blijkt maar weer dat in de beelden waarvan je zou verwachten dat die het meest authentiek zijn, ook weer wordt gemanipuleerd. Dat elke kadrering fictief is vind ik een belangrijke opmerking. Volgens mij is dat tevens een gegeven dat aangeeft dat je niet meer van fictie en werkelijkheid kan spreken in aparte begrippen. Wat is niet meer onderhevig aan kadrering? Ik vraag me af hoe Joris Luyendijk hier tegenover staat. Journalistiek is een vorm van kadrering. Media is kadrering. Of ga ik nu te ver. In het programma R.A.M van de VPRO in 2003 heeft Aernout Mik ook gezegd: We leven in een wereld die doordrenkt is van fictie waardoor we fictie en werkelijkheid ziezo niet meer uit elkaar kunnen halen.
Het wachten
De beelden die zijn gebruikt in Raw Footage zijn zo bijzonder omdat het beelden zijn die niet te zien krijgt over een oorlogsituatie. Hlavajova beschrijft dit alsof de mensen ontheemd lijken te zijn, alsof ze geen onderdeel van de gewapende strijd zijn. Zo kwam het bij mij ook over. Het leek alsof ze niet meer bewust waren van de soldaten om hen heen. Alsof ze het hadden geaccepteerd en door gingen met hun leven. En in zekere zin gebeurt dit denk ik ook. Het deed mij denken aan wat Luyendijk beschreef wat er gebeurde als de camera’s uit gingen en journalisten verdwenen waren. Je zag ook een reeks beelden van rennende mensen over straat, als bijvoorbeeld het lucht alarm af ging. Sommige gingen rennen en andere bleven doorgaan met waar ze mee bezig waren. Die rennende mensen vond ik een vervreemdend effect hebben. Je ziet een alledaags tafereel die je enigszins aan je eigen situatie kan koppelen. Alleen gaan mensen op een gegeven moment allemaal rennen, maar je ziet geen angst. Je hoort schoten maar de mensen reageren hierop als een soort routine.
Het meest fascinerend vond ik de beelden waarin je mensen, en dat waren voornamelijk soldaten, zag wachten. Staand, zittend, in een klein groepje of met een hele grote groep in het bos waar ze dan van de ene plek naar de andere werden gestuurd zonder enige aanleiding. Je weet in de meeste gevallen niet de aanleiding van het wachten. Op een gegeven moment zie je een aantal mannen, de meeste met camouflage kleding of een leren jas aan en allemaal met een geweer in de hand. Ze staan op een open plek in het bos op een soort heuvel en ze lopen wat heen en weer en kijken rond. Ik had geen idee waar ze naar keken of dat ze iets zochten of wat ze daar deden. Het leek alsof ze gewoon doelloos daar rond liepen en een beetje belangrijk stonden te zijn met hun geweer. Het leek op een groepje figuranten in een theaterstuk dat in de achtergrond een beetje moet heen en weer lopen alleen was nu de aandacht volledig naar hun getrokken. Maar dit zijn natuurlijk allemaal mijn interpretatie’s van de beelden. Net als dat ik het geweer een bepaalde rol vond spelen in de beelden. In de meeste gevallen leek het alsof het geweer iemand belangrijk maakte, dat ze door dat geweer iets betekende ongeacht of ze het zouden gebruiken. Het geweer en het doelloos rondlopen zag ik terug in Scapegoats. Daar werden mensen van de ene plek naar de andere gebracht zonder enige aanleiding en dan stonden ze met z’n alle op een plek en werden ze weer naar een andere plek gebracht. Het leek alsof er in een ‘scène’ de rollen steeds werden omgedraaid waardoor ik niet meer grip kreeg op wie de ‘vijand’ was en wie het ‘slachtoffer’. Dit wordt in de tekst van Hlavajova bevestigt; Het lijkt alsof de rollen van de personages continu inwisselbaar zijn op een niet-lineaire manier en alsof de actie alle logica ontbeert.
Geen onderscheid tussen feit en fictie
Nadat ik Het zijn net mensen gelezen heb en eraan terugdenk herinner ik me de uitleg van de situatie in het Midden-Oosten. Hoe steekt het daar in elkaar. In eerste instantie zou je dan het woord politiek in je mond nemen maar daar gaat het juist niet om. Of juist wel. Ik bedoel het gaat over de media maar media en politiek ligt in het Midden-Oosten over elkaar heen. Ik kan beter zeggen politiek=media / media=politiek. Om daar de situatie te snappen moet je kijken naar hoe de media werkt en omgaat in zijn berichtgeving over het Midden-Oosten. Maar als persoon achter de televisie zou je dit niet te weten zijn gekomen. Dit is ook juist wat Luyendijk duidelijk maakt. In Ramallah merkte ik voor het eerst hoe televisie je beeld van de werkelijkheid bepaalt ; je weet niet wat je niet te zien krijgt, en wat je wel te zien krijgt maakt veel grote indruk dan krantenartikelen of radioreportages zouden doen... blz120. Je weet niet wat je niet ziet en als je dat beseft dan weet je eigenlijk niet meer wat je wel ziet. Dat alles zo met elkaar verbonden is vind ik opmerkelijk maar tegelijkertijd nu zo logisch. Er is een dictatuur dus je kan geen objectieve journalistiek of media hebben omdat je de dingen niet van twee kanten kunt belichten. Dit wordt alleen nooit naar voren gebracht in de media. Zo krijgt iedereen een vertekend beeld van de werkelijke werkelijkheid, en daar speelt de media dan weer op in.
Luyendijk’s blik op de journalistiek was voor zijn correspondentie als een doorsnee lezer, kijker of luisteraar. De journalisten geven een objectief overzicht over wat er zich afspeelt in de wereld. Net zoals ik in Documentaire beweer dat journalistiek en documentaire met elkaar samengaan, dat journalistiek een reflectie van het nieuws is en nieuws immers een reflectie van de werkelijkheid is. Ik vraag me nog steeds af hoe ik dat heb kunnen beweren. Ik stel me juist de vraag wat die werkelijkheid is en wat werkelijkheid nog inhoud en betekend. Die bewering moet ik maar vergeten want die brengt alleen maar verwarring. Laat ik het erop houden dat ik me vergist heb.
Er zullen nog kijkers, luisteraars en lezers zijn die nog wel in de objectiviteit geloven van de journalistiek, het nieuws. Niet veel mensen neem ik aan want de manipulatie wordt steeds meer zichtbaar en niet alleen voor de mensen die zich erin verdiepen. Het is voor mij lastig om hier iets bij voor te stellen, omdat ik doordrenkt ben met de informatie die mij de verwarring van fictie en werkelijkheid laten zien.
Koert van Mensvoort, ingenieur en kunstenaar zegt in Bonanza’s aflevering Het bos ruikt naar shampoo (2001), dat je eigenlijk het onderscheid tussen echt en nep beter los kan laten , ook al is dat lastig. Het is volgens hem niet handig om steeds dat onderscheid te maken. Dit zegt hij in de context van films en soaps. Hij zegt dat de dingen in de wereld dan duidelijker worden en makkelijker. Ten opzichte van het nieuws maakt het niet meer uit of het echt is of nep?
Van Mensvoort zegt dat sommige vakantie’s die je maakt zinloos zijn omdat je die plek al via een medium hebt ervaren. Ik zie in films en soaps de Eiffeltoren in parijs maar ik ben er ook zelf geweest om hem in ‘real-time’ te zien. Het beeld van de Eiffeltoren kwam overeen met wat ik in via een medium heb ervaren. Je zou kunnen zeggen dat je het Midden-Oosten ervaart door de beelden die je ziet via een medium, de televisie. Alleen in dit geval laat het medium niet de juiste beelden zien. Als je daar heen zou gaan, zou het beeld niet overeen komen met het beeld van de televisie. Die media-ervaring klopt dan niet. Dat wordt duidelijk in het boek van Joris Luyendijk. Hij geeft aan dat nieuwsberichten afwijken van het alledaagse en dat je met een wereld als de Arabische wereld de onwetende Westerse kijker een vertekent beeld krijgt.
In de context van de journalistiek is het volgens mij wel van belang om dat onderscheid te maken tussen echt en nep, werkelijkheid en fictie. Voor mij is de berichtgeving van het nieuws te belangrijk om daar geen onderscheid in te maken. Daar hangt te veel vanaf. De Westerse kijker neemt daardoor een bepaalde positie in die ten onrechte is tegenover het Midden-Oosten. De Westerse kijkers krijgen geen volledig beeld. Je krijgt verkeerde informatie, daardoor een vertekent beeld wat verkeerde gevolgen kan hebben. (voorbeeld Luyendijk). Mensvoort praat niet in de context van het nieuws. Ik vraag me af hoe hij zijn bewering tegenover het nieuws kan onderbouwen.
Koert van Mensvoort zegt tevens dat er geen mediarepresentatie’s meer bestaan maar alleen maar echte dingen. En dat je ook kunt zeggen dat er geen echte dingen meer bestaan alleen maar mediarepresentaties. Dat daar geen verschil meer in zit. Hij zegt ook dat niemand een authentieke ervaring heeft, elke ervaring is lang en breed in de media gerepresenteerd. Je ervaart niet meer zonder het aan de media te refereren. Ik begrijp wat hij hiermee wilt zeggen en ik denk ook dat het voor een groot gedeelte waar is. Toen ik in New York rond liep dacht ik ook vaak dat het ‘net als op tv’ was. Maar als ik dit in de context van het nieuws breng dan roept het vooral vragen bij me op. Wat maakt dit zo anders? De verwachting die je nog steeds hebt dat het nieuws laat zien zoals het is? |